Achterin
het stille klooster
Klopt een arme moeder aan
Ligt mijn zoon hier, waar gewoon soms
Ik zou zo gaarne tot hem gaan.
Ligt mijn zoon hier zwaargewond soms,
Ik zou zo gaarne tot hem gaan.
Arme moeder, sprak de zuster,
Uwe Zoon, Hij is niet meer,
Als een lijden misgeweken,
Hij stierft voor zijn land en eeuw.
Als een lijden misgeweken,
Hij stierf voor z 'n land en eeuw.
In de ka mer aangekomen,
werpt ze het witte doodskleed af.
En in tranen stort ze neder,
Telgt voor Hem en mij een graag.
En in tranen stort ze neder,
Telgt voor Hem en mij
een graag.
Op het kerkhof ligt begraven
in een moeder met haar zoon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
ja, voor eeuwig voor God's troon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
Ja, voor eeuwig voor God's troon.
En nu strijden zij voor eeuwig,
ja, voor eeuwig voor God's troon.